Een 17e eeuwse vistransportschip, Swifterbant
Op 18 september 1986 werd door een kraanmachinist bij het graven van een rioolsleuf een scheepswrak aangetroffen op kavel H 41 in Swifterbant. Aangezien het terrein aan het Zichtbord op korte termijn zou worden opgeleverd waren er slechts drie weken beschikbaar om het schip op te graven. Tijdens de noodopgraving is het schip uitgegraven en is alleen de plaats van de voorwerpen van de scheepsinventaris ingemeten.
Tijdens de opgraving werd een voor meer dan de helft compleet, onder zware slagzij over bakboord liggend, scheepswrak aangetroffen met een uitzonderlijke grote bun. De grote bun en een partijtje handelswaar gaven aan dat het schip vermoedelijk als ventjager was gebruikt voor het transport van levende vis.
De hoofdafmetingen van het karveel gebouwde, platboomde schip zijn de volgende: lengte over de stevens 14,5 m, breedte op het grootspant 4 m, holte in de zij 1,7 m en een diepgang van bijna 1 m. In het midden van het schip bevindt zich een ongeveer 5,7 m lange bun bestaande uit drie afzonderlijke compartimenten die via twee troggen toegankelijk waren. De ruimte boven de troggen kon geheel worden afgedekt. Onder het voor- en achterdek bevonden zich respectievelijk het voor- en achteronder. In het Achterschip is een deel van de binnenbetimmering en een complete stookplaats aangetroffen. In de nabijheid van de stookplaats is een aanzienlijke hoeveelheid voorwerpen aangetroffen die voor het koken, bakken en braden van vis konden worden gebruikt.
Goed dateerbare vondsten, waaronder twee gewichten met ijkmerken uit 1658 en 1667, een baardmankruik voorzien van het jaartal 1688 en in het bijzonder een tonduig met daarop het jaartal 1695, geven aan dat de scheepsramp waarschijnlijk rond 1700 heeft plaatsgevonden.
Het wapen van Amsterdam, drie kruisjes, op de vier tinnen lepels en een houten schaal geven aan dat Amsterdam mogelijk de thuishaven van het schip of de marktplaats voor de visverkoop is geweest.
Gezien de goede staat waarin de scheepsromp verkeerde werd besloten om het schip in drie delen te lichten en voor verdere documentatie over te brengen naar de werkplaatsen van het toenmalige Museum voor Scheepsarcheologie te Ketelhaven (gemeente Dronten). Na documentatie zijn de scheepsdelen samengevoegd en van een een ondersteuning voorzien, waarna het schip in een geconditioneerde ruimte is geconserveerd.
Na de verhuizing van de Afdeling Scheepsarcheologie in 1997 naar Lelystad is het schip geplaatst in de werkplaats van het open depot aan de Oostvaardersdijk te Lelystad. In 2006 is het schip gerestaureerd en vervolgens voor expositie overgebracht naar Nieuw Land waar het schip in 2009 is geplaatst in de huidige expositieruimte, een schokbetonschuur afkomstig uit de Noordoostpolder.

OH 41  Wnr.: 55169

Opgraving van de 17 e eeuwse ventjager in 1986 in Swifterbant.

Een selectie uit de ruim vierhonderd vindplaatsen van schepen die ooit de Zuiderzee bevoeren,
teruggevonden bij de ontginning van Flevoland.
colofon | disclaimer