Een zeventiende eeuws beurtschip, Lelystad
Op 19 augustus 1980 werd door een kraanmachinist bij het graven van een gracht in wijk 0.3 in de centrumzone van Lelystad een scheepswrak gevonden. Het schip bevond zich op kavel B 71 aan de Gordiaandreef. Direct na de melding is er een korte verkenning uitgevoerd door de medewerkers van de archeologische afdeling van de voormalige Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP).
Tijdens de verkenning bleek het te gaan om een voor meer dan de helft compleet vrachtschip dat onder zware slagzij over stuurboord in de bodem lag. De het schip had een lengte over de stevens van 16,35 m, een breedte over alles van 5,5 m en een holte van 2,41 m. Het schip was verdeeld in drie compartimenten. Het voor- en achteronder waren voorzien van een vast dek en bereikbaar via een luik terwijl het ruim met ronde luiken kon worden dichtgemaakt. Boven het achterste deel van het ruim was een roef getimmerd, vermoedelijk voor het vervoer van passagiers. Aan de achterzijde was het schip voorzien van een zogenaamde staatsie. De aanwezigheid van een zware spil op het achterdek geeft aan dat het schip waarschijnlijk van een sprietzeil was voorzien.
In het schip is een vrijwel complete inventaris aangetroffen. De stookplaats bevond zich in het voorschip, waar ook de meeste voorwerpen zijn aangetroffen. In het ruim is een grote eikenhouten ton gevuld met tinnen gebruiksvoorwerpen aangetroffen. Opmerkelijk was ook de vondst van een grote houten kist gevuld met stro en eieren. Daarnaast zijn een aantal zeisen met toebehoren gevonden, vermoedelijk het eigendom van seizoenarbeiders (hannekenmaaiers) die als passagiers aan boord waren.
Jaarringonderzoek heeft uitgewezen dat één van de bomen, die voor de bouw van het schip is gebruikt, rond 1587 ± 6 na. Chr. is geveld. De datering van een aantal voorwerpen geeft aan dat het schip inderdaad na die tijd is vergaan. De vondst van een aantal zilveren twee stuiverstukken, geslagen in Zeeland en Overijssel, met de jaartallen 1614 -1619 geven aan dat het schip tussen 1620 en 1630 is vergaan.
Gezien de compleetheid van het schip is het in 1981 in zijn geheel geborgen en overgebracht naar een tijdelijke opslagruimte voor nadere documentatie, conservering en restauratie.
In 1999 is het schip in het zogenaamde beurtvaarderspaviljoen op de Bataviawerf geplaatst. Door uitbreiding van Bataviastad Outlet moest de beurtvaarder opnieuw worden verplaatst. Hiertoe is in 2008 een nieuw onderkomen gebouwd op het terrein van het Nationaal Scheepsarcheologisch Depot van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Lelystad.

OB 71  60249

Opgraving in 1980 van het beurtschip aan de Gordiaandreef in Lelystad. Overzicht van achter- naar voorschip. Op het achterdek de groet lier voor de bediening van het sprietzeil.

Een selectie uit de ruim vierhonderd vindplaatsen van schepen die ooit de Zuiderzee bevoeren,
teruggevonden bij de ontginning van Flevoland.
colofon | disclaimer