Een vrachtschip geladen met vuilnis, Lelystad
In juni 1970 is dit scheepswrak, dat op kavel C 52 lag, opgegraven. De vindplaats lag ongeveer halverwege tussen de Torenvalkweg en de Lage Vaart. Van het schip resteerde het vlak met de leggers (spanten) en de achtersteven. De breedte van het vlak was 3,6 m op de kim en 3,9 m tot aan de bovenzijde van de krommers. De oorspronkelijke lengte kon niet meer worden vastgesteld.
De lading bestond uit een dikke laag grof materiaal met aardewerkscherven, pijpenkoppen, visresten, botten, eierschalen, knopen en textiel- en leerresten, kortom typisch stadsvuil. Tussen de lading werden ook nog eens vier munten gevonden, o.a. twee centen met Willem II en de jaartallen 1821 en 1837, een Belgisch 2-cent stuk met het jaartal 1835 en een rijksdaalder met de beeltenis van Willem II en het jaartal 1846. Het schip zal dus niet eerder dan 1846 zijn gezonken. De inventaris van het schip bestond onder meer uit lepels, messen, een zoutpot en een oliekan.

OC 52  Wnr.: 55051

Inventaris uit een scheepswrak op kavel C 52. Verzilverde lepel.

Een selectie uit de ruim vierhonderd vindplaatsen van schepen die ooit de Zuiderzee bevoeren,
teruggevonden bij de ontginning van Flevoland.
colofon | disclaimer