Een overnaads gebouwd vrachtschip uit het midden van de zeventiende eeuw, Lelystad.
In 1968 is tijdens het mengwoelen (red: doorwoelen en mengen van grond) op kavel GO 116, tussen de Runderweg en de Neushoorntocht, een scheepswrak aangetroffen. Een jaar later is door de Oudheidkundige afdeling van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders een verkennend onderzoek uitgevoerd.
Het betreft een zeer compleet wrak van een vrachtschip. Het schip is 12 m lang en 2,40 m breed. De verhouding tussen de lengte en de breedte is opmerkelijk; het kan wijzen op het vervoer van mensen. Het schip is overnaads gebouwd en vertoont op scheepsbouwkundig gebied merkwaardige constructies.
In het scheepje was geen losse ballast in de vorm van zwerfkeien te vinden, maar in de vorm van aangebrachte tegel- en bakstenenfragmenten. Dit wijst vermoedelijk op een speciaal gebruik van het vaartuig. Van binnen is het schip geheel glad afgewerkt met een aaneengesloten bewegering. Dit geeft de indruk dat het schip niet alleen als vrachtschip dienst heeft gedaan. De mast is nogal ver op het voorschip geplaatst, wat er op kan wijzen dat het schip als jaagschip is gebruikt. Ook de ronde bouw van het voor- en achterschip is opmerkelijk. De achtersteven is hoger opgetrokken dan normaal.
De interessante inventaris geeft een duidelijke kijk in het leven van de mens aan boord van een schip. Het scheepswrak is gebouwd in het laatste kwart van de zestiende eeuw. Twee duiten uit West-Friesland en Overijssel en een stuiver uit Friesland dateren de ondergang van het schip rond 1630.
Na documentatie is het schip gelicht en geborgen. De coördinaten van het scheepswrak zijn bij benadering.


GO 116  Mnr: ?

De gerestaureerde schoen en een pompleertje.

Een selectie uit de ruim vierhonderd vindplaatsen van schepen die ooit de Zuiderzee bevoeren,
teruggevonden bij de ontginning van Flevoland.
colofon | disclaimer